Galactosemie project eindverslag

dinsdag 31 juli 2012 22:23

 

Vraagstelling/Achtergrond
De aandacht van Cinderella werd in April 2010 gevestigd op de ontwikkeling van een geneesmiddel voor galactosemie door een vader van kinderen met galactosemie.
Galactosemie is een recessief autosomale (niet geslachtsgebonden) erfelijke ziekte, met weeskind status. In West Europa komt de ziekte voor bij 1 op de 30.000 geboortes. De oorzaak is een stoornis in de enzymatische afbraak van galactose, een suiker die ontstaat door de vertering van melksuiker. De enige beschikbare behandeling is het vermijden van melkproducten met een streng dieet dat zo snel mogelijk na de geboorte wordt ingesteld. Daarmee kunnen de patiënten zich redelijk ontwikkelen, maar op latere leeftijd kunnen ze last krijgen van spraak-problemen, een verlaagd IQ, co-ordinatie defecten, cataract (staar) en bij vrouwen verminderde vruchtbaarheid.
Mutaties in één van drie verschillende enzymen liggen ten grondslag aan galactosemie en verschillende gradaties van de ziekte komen voor. De vraag werd gesteld waarom er geen enzym suppletie behandeling voor galactosemie bestaat en of Cinderella deze zou kunnen helpen ontwikkelen.

 

Acties Cinderella.
Na een verkenning van de medische activiteiten rondom galactosemie in Nederland werd verscheidene malen overleg gepleegd met deskundigen van het AMC, van het Medisch Centrum Maastricht en van het Radboud UMC te Nijmegen. Zij waren het erover eens dat het niet zeker is of galactose restrictie van invloed is op de progressie van de ziekte, hoewel dit al decennia lang de enige gangbare behandeling is. In ieder geval is er behoefte aan een meer effectieve behandeling. Daarvoor zijn momenteeel twee opties: enzym supplementatie en remmers van het enzym galactokinase. Eerstgenoemde optie lijkt haalbaar door productie van het enzym met recombinant DNA technieken. Wel acht men het nodig dat er eerst aanwijzingen worden verkregen voor de effectiviteit van deze behandeling in proefdieren voordat het klinisch wordt toegepast. Helaas is er nog geen geschikt diermodel van deze ziekte bekend. Dat dient dus eerst ontwikkeld te worden.
In Augustus 2010 liet Cinderella aan de experts weten het waarschijnlijk te achten dat universitaire onderzoekers bereid zijn aan dit project samen verder te werken omdat de kans op wetenschappelijk interessante resultaten aanzienlijk is. Een van de kriteria voor adoptie van een stiefkind door Cinderella is dat uit preklinisch inderzoek reeds is gebleken dat het veelbelovend is. Galactosidase suppletie voldoet niet aan dit kriterium.
Cinderella zou in dit geval het beleid willen versoepelen indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
1. aan het project nemen ook klinische onderzoekers deel die zich bereid verklaren het enzym bij hun patiënten in studieverband toe te passen zodra het beschikbaar komt vooropgesteld dat de resultaten van preklinische studies positief zijn.
2. het project wordt van meet af aan ten minste moreel ondersteund door de patiëntengroeperingen in de VS en Europa.
3. alle deelnemers onderschrijven Cinderella’s uitgangspunten voor de ontwikkeling van de nieuwe behandeling, met name: geen winstoogmerk, geen onnodige kosten, kortste traject van “bench to bedside”.
Cinderella stelde voor de belangrijkste spelers {Bosch en Wijburg (Amsterdam), Rubio en Geraedts (Maastricht), Berry (Harvard), Elsas (Miami)}, uit te nodigen bij elkaar te komen om een consortium te vormen en een werkplan op te stellen.

 

Aan dit voorstel werd een jaar lang niets gedaan door de overweldigende belangstelling na de PR campagne van Cinderella met de vele aanmeldingen van nieuwe stiefkinderen en doordat er verder geen druk werd uitgeoefend door patiënten en behandelaars. In september 2011 werd Cinderella benaderd door de Tjallingh Roorda Stichting die belangstelling toonde voor financiële steun aan het galactosemie project. Dit vormde een stimulus om uitvoering te geven aan bovengenoemd voorstel. Onze Nederlandse gesprekpartners gaven er de voorkeur aan het plan eerst uitvoeriger in kleine kring te bespreken. In deze bijeenkomst op 7 maart 2012 werd een 3e behandelings optie toegevoegd, te weten gentherapie. De deelnemers waren dr. A.M.Bosch, prof.dr. R.J. Wanders, prof.dr. F.A. Wijburg en prof.dr. C.E. Hollak (AMC), dr. E. Rubio en prof.dr. J. Geraedts (UMC Maastricht), H. Verweij en D.W. van Bekkum (Cinderella).
Men bereikte consensus over het standpunt dat er nog niet voldoende kennis bestaat over de ziekte galactosemie om productie van enzym voor klinisch gebruik te rechtvaardigen.
Bosch en Rubio zijn voornemens een expertisecentrum galactosemie in Nederland te vestigen. Inmiddels is er een internationaal consortium opgericht genaamd European-American Network for Galactosemia waarin alleen al uit Europa onderzoekers van 17 verschillende landen participeren. Dit samenwerkingsverband wordt gesteund door de European Galactosemia Patient Association. Het Netwerk beoogt de ontrafeling van de biochemische oorzaken van de ziekte te versnellen om met die kennis effectieve behandelingen te ontwikkelen. Voor nadere informatie hierover: c/o Estela Rubio <estela.rubio@mumc.nl> Tel: +31(0)43 3872920.

 

 

Commentaar
Op grond van de positieve ervaringen met enzym therapie bij andere enzym deficientie ziekten gingen wij er aanvankelijk van uit dat dit ook voor een betere behandeling van galactosemie een goede en haalbare optie zou zijn. Dit werd in onze eerste consultaties met deskundigen niet duidelijk tegengesproken. Bij nadere uitwerking bleek de kennis van het onderliggende mechanisme van de ziekte onvoldoende te zijn om een betrouwbaar preklinisch ziektemodel te kunnen selecteren. De conclusie is dat de ontwikkeling van deze behandelingswijze nog niet ver genoeg is gevorderd om aan de voorwaarde “veelbelovend” van Cinderella te voldoen.

 

Het is verheugend dat inmiddels de in galactosemie gespecialiseerde medici en onderzoekers en de patiëntenorganisaties de handen in elkaar hebben geslagen om deze problemen op te lossen.

 

Aanvullende informatie
– AM Bosch. Classical galactosaemia revisited. J Inherit Metab Dis (2006)29: 516-525
– Berry GT and JL Elzas. Introduction to the Maastricht workshop: lessons from the past and new directions in galactosemia. J Inherit Metab Dis (2011)34:249-255
– E. Rubio et al. Letter of intent. March 19, 2012.  A European-American network for galactosemia

Leave a reply

Nieuwe Projecten

Ieder die kennis heeft van een middel of een behandeling die veelbelovend lijkt, maar nog niet of onvoldoende beschikbaar is voor patiënten kan bij ons terecht. Cinderella probeert de belemmeringen uit de weg te ruimen en het middel zo snel mogelijk en op not for profit basis bij de patiënt te brengen.

 

NAAR STIEFKIND AANMELDEN

 

Voor nadere informatie kunt u de voorzitter bellen op 010 4183800

 

pumpkin